Betekenis van:
erfstuk

erfstuk (het ~ | meervoud erfstukken)
Zelfstandig naamwoord
  • voorwerp van waarde dat al lang familiebezit is
"dat is een erfstuk uit de familie van mijn moeder"

Hyperoniemen

erfstuk
Zelfstandig naamwoord
  • een veelal kostbaar goed van van generatie op generatie door vererving overgegeven wordt
"Dat is nog een erfstuk van mijn overgrootvader."