Betekenis van:
overblijfsel
overblijfsel (het ~ | meervoud overblijfsels, overblijfselen)
Zelfstandig naamwoord
- dat wat over is na gebruik of tijd; figuurlijke nalatenschap; overblijfsel uit vroeger tijden
"laatste overblijfselen"
"de overblijfselen van een lichaam/vliegtuig"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
overblijfsel
Zelfstandig naamwoord
- datgene dat nog resteert
"Dit zijn de schamele overblijfselen van wat eens een glorierijke cultuur geweest moet zijn."
Voorbeeldzinnen
- Prunus Amygdalus Dulcis Meal is het overblijfsel na het persen van olie uit de gedroogde rijpe zaden van de zoete amandel, Prunus amygdalus dulcis, Rosaceae