Betekenis van:
evacueren
evacueren
Werkwoord
- een gebied ontruimen wegens gevaar
"Het hele dorp werd geëvacueerd vanwege de komende vloedgolf."
evacueren
Werkwoord
- de woonplaats voor de veiligheid verlaten
"Nog geen etmaal later stond de kerk zeker een meter onder water. Daar hadden de Moerdijkers toen geen oog voor. Zij evacueerden massaal. "
Voorbeeldzinnen
- .2 Vast aangebrachte brandblusinstallaties voor lokaal gebruik moeten plaatsen als de hieronder genoemde beveiligen zonder dat het nodig is machines uit te schakelen, personeel te evacueren of ruimten af te sluiten: