Betekenis van:
fiasco
fiasco (het ~ | meervoud fiasco's)
Zelfstandig naamwoord
- iets met tegenvallend resultaat; mislukking; fiasco; mislukking; complete mislukking
"het is op een fiasco uitgelopen/uitgedraaid"
"een groot fiasco"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Zoals ook al eerder toegelicht in deze beschikking, was het contract dat begin 1999 met Strintzis is gesloten een groot fiasco voor HSY.