Betekenis van:
fluctuatie

fluctuatie (de ~ | meervoud fluctuaties)
Zelfstandig naamwoord
  • heen en weer gaande beweging; schommeling met kleine verschillen
"de fluctuatie van de koers"
"fluctuaties in de dikte van de ozonlaag"

Synoniemen

Hyperoniemen

fluctuatie
Zelfstandig naamwoord
  • schommeling.

Voorbeeldzinnen

  1. Fluctuatie rekening-courant 9.2002–12.2002
  2. Tussen 2003 en het onderzoektijdvak bleek de fluctuatie zich echter tot 10 % te beperken.
  3. Het kan legitiem zijn om in het geval van verbindingen met grote seizoensgebonden fluctuatie een exploitatie van die routes gedurende bepaalde perioden van het jaar op te leggen.
  4. Meer bepaald heeft de „parameterbelegging”, zoals bepaald in de overeenkomst een rendement dat variabel en niet beheerbaar is en bijgevolg passief is blootgesteld aan de fluctuatie van de markt.
  5. De instellingen berekenen hun afgedekte posities in die valuta's en passen daarop een kapitaalvereiste toe dat niet lager is dan de helft van de maximaal toegestane fluctuatie die voor de betrokken valuta's in de overeenkomst tussen staten is vastgesteld.
  6. Na de mededeling van de voorlopige bevindingen voerde een van de communautaire importeurs aan dat de bevindingen van de Commissie betreffende de fluctuatie van de Chinese uitvoerprijs in de beoordelingsperiode vertekend waren doordat van boekjaren en niet van kalenderjaren werd uitgegaan.