Betekenis van:
geluk

geluk (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • aangename toestand waarin men zijn wensen bevredigd ziet en vrede heeft met zichzelf en zijn omgeving
"iemands geluk wreed verstoren"
"aards/hemels geluk"

Synoniemen

Hyperoniemen

geluk
Zelfstandig naamwoord
  • prettige loop van de omstandigheden
geluk
Zelfstandig naamwoord
  • prettige gemoedstoestand waarin men tevreden is met zichzelf en met de omgeving

Werkwoord