Betekenis van:
heil

heil
Zelfstandig naamwoord
  • voordeel.
"Ik zie daar geen heil in."
heil (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • aangename toestand waarin men zijn wensen bevredigd ziet en vrede heeft met zichzelf en zijn omgeving
"je heil elders zoeken"
"ergens je heil in zoeken"

Synoniemen

Hyperoniemen

heil (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het redden of gered wordt; verlossing
"het Leger des Heils"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen