Betekenis van:
gevaccineerd
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- zijn niet gevaccineerd;
- zijn niet gevaccineerd;
- Indien recentelijk gevaccineerd, onderzoeken op wild virus.
- pluimvee dat tegen aviaire influenza is gevaccineerd;
- gevaccineerd hobbypluimvee individueel wordt geïdentificeerd en alleen:
- Er wordt niet tegen de ziekte gevaccineerd.
- andere bedrijven waar wordt gevaccineerd; of
- pluimvee dat tegen aviaire influenza is gevaccineerd;
- Gevaccineerd levend pluimvee, alsook broedeieren en eendagskuikens van gevaccineerd pluimvee mogen niet uit Frankrijk worden verzonden.
- andere bedrijven waar gevaccineerd en niet-gevaccineerd pluimvee volledig gescheiden kunnen worden gehouden; of
- andere bedrijven waar uitsluitend gevaccineerd pluimvee wordt gehouden; of
- gevaccineerd met een vaccin dat voldoet aan een DIVA-strategie;
- niet gevaccineerd zijn en afkomstig zijn van een bedrijf waar:
- Nederland heeft tot die datum gevaccineerd overeenkomstig het preventieve-vaccinatieplan.
- naar andere houderijen in Nederland waar preventief wordt gevaccineerd;