Betekenis van:
giebel
giebel
Zelfstandig naamwoord
- ''Carassius gibelio'', een bronskleurige zoetwatervis die lijkt op de kroeskarper
"In die winkel worden giebels verkocht."
giebel
Zelfstandig naamwoord
- proestend gelach
"De pogingen om een giebel te onderdrukken kunnen er voor zorgen dat je nóg meer moet lachen.bl.81 Alle ogen gericht op ... / druk 1: omgaan met plankenkoorts"
giebel
Zelfstandig naamwoord
- iemand, meestal een tiener, die de gewoonte heeft om de haverklap in proestend gelach uit te barsten
"De leraar zette uiteindelijk de twee giebels maar op andere plaatsen in de klas, want naast elkaar vormden ze een storend element."
giebel (de ~ | meervoud giebels)
Zelfstandig naamwoord
- iemand die snel lacht; giechelend persoon
"giebels, aandacht bij de les a.u.b.!"