Betekenis van:
glaucoom

glaucoom (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde oogziekte
"onherstelbare schade aan het oog door glaucoom"

Hyperoniemen

glaucoom
Zelfstandig naamwoord
  • een aandoening waarbij een verhoging van de druk in de oogbol onbehandeld tot gezichtsvelduitval en uiteindelijk tot blindheid leidt
"Lijdt hij aan een glaucoom?"

Voorbeeldzinnen

  1. Glaucoom
  2. Doel: Behandeling van glaucoom.
  3. congenitaal glaucoom, congenitale hartaandoening,
  4. Alternatieven: Tropicamide (bij glaucoom), verder niet bekend.
  5. Doel: Behandeling van glaucoom, epifora, neusoedeem en hypersplenisme.
  6. Specifieke voordelen: Fenylefrine en tropicamide hebben bewezen even doeltreffend te zijn bij de behandeling van glaucoom.