Betekenis van:
granaatappel

granaatappel (de ~ | meervoud granaatappels, granaatappelen)
Zelfstandig naamwoord
  • vrucht v.d. granaatappelboom; vrucht met donkerrode zaadjes

Synoniemen

Hyperoniemen

granaatappel
Zelfstandig naamwoord
  • tropische plant, die bekend is om zijn vruchten, ook granaatboom genoemd
granaatappel
Zelfstandig naamwoord
  • vrucht van een dergelijke boom