Betekenis van:
graniet

graniet (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • harde steensoort
"een aanrecht van graniet"
"een hart van graniet"

Synoniemen

Hyperoniemen

graniet
Zelfstandig naamwoord
  • een stollingsgesteente bestaande uit lichtgekleurde, met het blote oog onderscheidbare mineralen
"Graniet is afkomstig uit gestold magma."

Voorbeeldzinnen

  1. van graniet
  2. Graniet, behakt/bezaagd, platte/effen kanten, anders bewerkt
  3. Graniet e.d., gezaagd, enz. in blokken > 25 cm dik
  4. vloerbedekking en wandbekleding van terrazzo, marmer, graniet of lei;
  5. Graniet, behakt/bezaagd, platte/effen kanten, anders bewerkt
  6. Graniet, behakt/bezaagd, platte/effen kanten, anders bewerkt
  7. Niet-kalkhoudend (graniet, metamorf). Gemiddelde tot lage alkaliniteit
  8. Graniet e.d., onbewerkt of enkel kantrecht behouwen, zonder vorm
  9. Graniet e.d., gezaagd, enz. in platen ≤ 25 cm dik
  10. Middelhoog, rots(graniet)-kiezelsubstraat, breedte 2-10 m (met volle bedding)
  11. CPA 08.11.12: Graniet, zandsteen en andere natuursteen voor de steenhouwerij of voor het bouwbedrijf
  12. Graniet, gezaagd, gespleten of op dergelijke wijze verkregen, in blokken of platen van vierkante of rechthoekige vorm
  13. „Natuurproducten” omvatten natuurstenen; hieronder vallen volgens CEN TC 246 in de natuur voorkomende stukken rots, zoals marmer, graniet en andere natuurstenen.
  14. verbeterde geothermische systemen in gebieden met diepe compacte sedimentgesteenten en graniet en andere kristallijne structuren, met een nominale capaciteit van 5 MWe;
  15. Met „andere” natuurstenen wordt verwezen naar natuurstenen waarvan de technische kenmerken over het geheel genomen afwijken van die van marmer en graniet als gedefinieerd door CEN/TC 246/N.237 EN 12670 „Natuurstenen — Terminologie”.