Betekenis van:
graniet
graniet (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- harde steensoort
"een aanrecht van graniet"
"een hart van graniet"
Synoniemen
Hyperoniemen
graniet
Zelfstandig naamwoord
- een stollingsgesteente bestaande uit lichtgekleurde, met het blote oog onderscheidbare mineralen
"Graniet is afkomstig uit gestold magma."
Voorbeeldzinnen
- van graniet
- Graniet, behakt/bezaagd, platte/effen kanten, anders bewerkt
- Graniet e.d., gezaagd, enz. in blokken > 25 cm dik
- vloerbedekking en wandbekleding van terrazzo, marmer, graniet of lei;
- Graniet, behakt/bezaagd, platte/effen kanten, anders bewerkt
- Graniet, behakt/bezaagd, platte/effen kanten, anders bewerkt
- Niet-kalkhoudend (graniet, metamorf). Gemiddelde tot lage alkaliniteit
- Graniet e.d., onbewerkt of enkel kantrecht behouwen, zonder vorm
- Graniet e.d., gezaagd, enz. in platen ≤ 25 cm dik
- Middelhoog, rots(graniet)-kiezelsubstraat, breedte 2-10 m (met volle bedding)
- CPA 08.11.12: Graniet, zandsteen en andere natuursteen voor de steenhouwerij of voor het bouwbedrijf
- Graniet, gezaagd, gespleten of op dergelijke wijze verkregen, in blokken of platen van vierkante of rechthoekige vorm
- „Natuurproducten” omvatten natuurstenen; hieronder vallen volgens CEN TC 246 in de natuur voorkomende stukken rots, zoals marmer, graniet en andere natuurstenen.
- verbeterde geothermische systemen in gebieden met diepe compacte sedimentgesteenten en graniet en andere kristallijne structuren, met een nominale capaciteit van 5 MWe;
- Met „andere” natuurstenen wordt verwezen naar natuurstenen waarvan de technische kenmerken over het geheel genomen afwijken van die van marmer en graniet als gedefinieerd door CEN/TC 246/N.237 EN 12670 „Natuurstenen — Terminologie”.