Betekenis van:
groenstrook

groenstrook (de ~ | meervoud groenstroken)
Zelfstandig naamwoord
  • beplant gebied in een woonzone
"de groenstrook van een wijk opruimen"
"zich bewegen in de groenstrook tussen jazz en klassiek"

Hyperoniemen

Hyponiemen

groenstrook (de ~ | meervoud groenstroken)
Zelfstandig naamwoord
  • strook langs de weg; begroeide wegberm
"de groenstrook langs de provinciale weg"
"parkeren op de groenstrook"

Synoniemen

Hyperoniemen