Betekenis van:
handschoen

handschoen (de ~ | meervoud handschoenen)
Zelfstandig naamwoord
  • kledingstuk voor om de hand
"met fluwelen handschoenen aanpakken"
"een paar handschoenen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

handschoen
Zelfstandig naamwoord
  • een handkledingstuk met aparte vingers
"Verdorie, ik ben mijn handschoenen vergeten mee te nemen."

Voorbeeldzinnen

  1. Mijn favoriet woord in het Duits is het woord voor 'handschoen'.