Betekenis van:
kledingstuk

kledingstuk (het ~ | meervoud kledingstukken)
Zelfstandig naamwoord
  • voorwerp dat dienst doet als kleding
"kledingstukken dragen"
"kledingstukken combineren"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kledingstuk
Zelfstandig naamwoord
  • een deel van de kleding
"Hij kocht dat kledingstuk op de markt."