Betekenis van:
handtas

handtas (de ~ | meervoud handtassen)
Zelfstandig naamwoord
  • tas die men bij zich draagt voor het bergen van allerlei benodigdheden
"op de Hoofdstraat werd een 43-jarige vrouw beroofd van haar handtas"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Verlies je handtas niet.
  2. Haar handtas is gestolen.
  3. Deze handtas is van mij.
  4. Wat heb je met mijn handtas gedaan?
  5. artikelen van de soort die in de zak of in de handtas worden meegedragen
  6. Artikelen van de soort die in de zak of in de handtas worden meegedragen
  7. artikelen voor persoonlijk gebruik bestemd om op het lichaam of op de kleding te worden gedragen, alsmede artikelen die gewoonlijk in de zak of in de handtas worden gedragen (bijvoorbeeld sigaren- en sigarettenkokers, tabaksdozen, bonbondozen en poederdozen, maliëntasjes, rozenkransen).