Betekenis van:
tas

tas (de ~ | meervoud tassen)
Zelfstandig naamwoord
  • zak met handvat of draagriem
"een tas vol (cadeautjes)"
"iets in een tas doen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

tas (de ~ | meervoud tassen)
Zelfstandig naamwoord
  • titel v.e. paragraaf; kopje boven een paragraaf
"een tas thee"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tas (de ~ | meervoud tassen)
Zelfstandig naamwoord
  • zijn voorkeur bepalen voor (een of meer uit een aantal personen of zaken)
"een tas stenen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

tas
Zelfstandig naamwoord
  • een zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
tas
Zelfstandig naamwoord
  • ''(België)'' een kopje
tas
Zelfstandig naamwoord
  • een kubusvormig, stalen blok dat op een aambeeld wordt geplaatst, of in een bankschroef wordt geklemd, om als een klein aambeeld te dienen
tas
Zelfstandig naamwoord
  • een weg die toegang verschaft tot een woning of ander gebouw.

Synoniemen

Werkwoord