Betekenis van:
kop
kop (de ~ | meervoud koppen)
Zelfstandig naamwoord
- bovenste vette regel v.e. artikel
"een vette kop"
Hyperoniemen
Hyponiemen
kop (de ~ | meervoud koppen)
Zelfstandig naamwoord
- voorste gedeelte van iets
"op kop [lopen/fietsen/liggen]"
Hyperoniemen
kop (de ~ | meervoud koppen)
Zelfstandig naamwoord
- bovenkant van iets
"de kop van [Noord-Holland]"
"op zijn kop staan"
Hyperoniemen
Hyponiemen
kop
Zelfstandig naamwoord
- van opnameapparatuur, dat opnemen en wissen regelt
Hyperoniemen
kop
Zelfstandig naamwoord
- het voorste of bovenste deel van het dierlijk lichaam
Hyperoniemen
kop
Zelfstandig naamwoord
- hoofd van een dier.
kop
Zelfstandig naamwoord
- hoofd van een mens.
kop
Zelfstandig naamwoord
- deel van een spijker, het platte ronde deel waarop men klopt met de hamer.
kop
Zelfstandig naamwoord
- de voorkant van een biljet.
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Alles staat op zijn kop.
- Ze trakteerde me op een kop thee.
- Kop op! Het is niet zo erg als je denkt.
- Zullen we dit bespreken onder een kop koffie?
- Een kant van een munt wordt 'kop' genoemd, en de andere zijde wordt 'munt' genoemd.
- Wie vandaag zijn kop in het zand steekt, knarst morgen met zijn tanden.
- "Fanta drinken en noobs vertellen dat ze hun kop moeten houden," antwoordde Al-Sayib, terwijl hij een slokje van de eerdergenoemde Fanta nam. "Wacht even, met wie spreek ik?"
- "Hè?" Dima begreep het niet. "Maar spreek ik niet met Al-Sayib? En ben je geen Fanta aan het drinken en noobs aan het vertellen dat ze hun kop moeten houden?"
- zonder kop
- Zonder kop
- met kop
- Zonder kop Gefileerd
- Met of zonder kop
- met of zonder kop
- Onder de kop „3.