Betekenis van:
kruin
kruin (de ~ | meervoud kruinen)
Zelfstandig naamwoord
- plek waarvanuit haren rondom groeien
"een kale kruin"
"een kalend(e) kruin(tje)"
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- De foto geeft het volledige hoofd weer, van de kruin tot de schouders