Betekenis van:
stapel

stapel
Zelfstandig naamwoord
  • een gestructureerde hoop spullen
"Er ligt een stapel boeken op tafel."
stapel
Zelfstandig naamwoord
  • de tijdelijke constructie waarop een in aanbouw of reparatie zijnd schip rust
"Het schip zal volgende maand van stapel lopen."
stapel
Zelfstandig naamwoord
  • een weg die toegang verschaft tot een woning of ander gebouw.

Synoniemen

stapel
Zelfstandig naamwoord
  • zijn voorkeur bepalen voor (een of meer uit een aantal personen of zaken)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stapel
Bijvoeglijk naamwoord
  • dol; stapel; dol op; dol; verzot; gek (op); zeer gesteld op; zeer vol zijn van; met een zeer sterke geslachtsdrift

Synoniemen

stapel
Bijvoeglijk naamwoord
  • krankzinnig; knettergek; stapelgek

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord