Betekenis van:
bezeten

bezeten
Bijvoeglijk naamwoord
  • zodanig gestoord in zijn geestelijke vermogens, dat men niet in staat is zichzelf te leiden of de rechten van anderen te eerbiedigen
"(als) van de duivel bezeten"
"als een bezetene tekeergaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

bezeten
Bijvoeglijk naamwoord
  • dol; stapel; dol op; dol; verzot; gek (op); zeer gesteld op; zeer vol zijn van; met een zeer sterke geslachtsdrift
"bezeten zijn van iets/iemand"

Synoniemen

bezeten
Bijvoeglijk naamwoord
  • onder de invloed van een boze geest zijn
bezeten
Bijvoeglijk naamwoord
  • door een blinde ijver of enthousiasme gedreven of daarvan blijkgevend

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord