Betekenis van:
gestoord

gestoord
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van personen) geen normale functionering van de geest hebbend
"De ernstig gestoorde dader kreeg een tbs-straf opgelegd."
gestoord
Bijvoeglijk naamwoord
  • zodanig gestoord in zijn geestelijke vermogens, dat men niet in staat is zichzelf te leiden of de rechten van anderen te eerbiedigen
"geestelijk gestoord zijn"
"ergens gestoord van worden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord