Betekenis van:
storen

storen
Werkwoord
het functioneren nadelig beïnvloeden
"Alle radio-uitzendingen uit Engeland werden door de bezetter gestoord."
storen
Werkwoord
ontstemd, geprikkeld worden
"zich in de trein aan zijn medereizigers storen"
"zich aan niets of niemand storen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

storen
Werkwoord
(iem.) beletten verder te gaan
"mag ik u even storen?"
"niet storen"

Synoniemen

Hyperoniemen