Betekenis van:
ophouden

ophouden
Werkwoord
  • (iem.) beletten verder te gaan
"een konvooi ophouden"
"opgehouden worden door een file"

Synoniemen

Hyperoniemen

ophouden
Werkwoord
  • ''~ met'', ''~ te'': een activiteit beëindigen
"Hij hield op met spreken."
ophouden
Werkwoord
  • ''(ongebruikelijk)'' omhoog houden
"Ze hield het bordje met 8 op."
ophouden
Werkwoord
  • zich ophouden met, tijd en inspanning besteden aan
"je ophouden met iemand"
"je ophouden met iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ophouden
Werkwoord
  • (iets) zó houden, dat het zich in de hoogte bevindt
"iets ophouden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen