Betekenis van:
handelen
handelen
Werkwoord
- iets doen, al of niet met de handen, optreden
"Zij handelden daarin erg onzorgvuldig."
handelen
Werkwoord
- handel drijven
"De Nederlanders handelden met vele landen langs de kust van de Indische Oceaan."
handelen
Werkwoord
- een functie vervullen
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- het andere deel", zoals in audiatur et altera pars (zie aldaar) of inaudita altera parte: "zonder tegenpartij te hebben gehoord (is rechtvaardig handelen niet mogelijk)
- Intentie om te handelen
- Zij handelen onafhankelijk.
- Bijgevolg dient deze te handelen.
- Het handelen voor eigen rekening
- in aanzienlijke mate in grondstoffen handelen,
- Deze praktische procedures moeten snel handelen garanderen.
- De leden van de adviescommissie handelen onafhankelijk.
- Hiertoe handelen de lidstaten als volgt:
- De lidstaten handelen in een stabiel programmeringsklimaat.
- Uitvoering van beslissingen om namens de beheerde icbe’s te handelen
- verbod op verdere acquisities of op handelen als marktleider, en
- uitsluitend in eigen naam en voor eigen rekening te handelen,
- handelen ter uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid handelen, via het Coreu-netwerk („stilzwijgende Coreu-procedure”) [8].
- Derden die te goeder trouw handelen, dienen zich op deze vertalingen te kunnen beroepen.