Betekenis van:
aangaan

aangaan
Werkwoord
wortels krijgen; wortel schieten
"aangaan van planten"

Synoniemen

Hyperoniemen

aangaan
Werkwoord
betreffen, van belang zijn
"Dat gaat hem zeker aan."
aangaan
Werkwoord
ingeschakeld worden
"Het licht ging ineens aan."
aangaan
Werkwoord
in een zaak of relatie betrokken worden
"Hij is daarna een relatie met haar aangegaan."
aangaan
Werkwoord
als onderwerp hebben
"mijn liefdesleven gaat je helemaal niet aan"
"wat gaat mij dat aan?"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen