Betekenis van:
aanslaan

aanslaan
Werkwoord
  • heel even treffen
"toetsen aanslaan"
"een hoge toon aanslaan"

Hyperoniemen

aanslaan
Werkwoord
  • beginnen te blaffen
"toen hij het erf opliep sloeg de hond aan"

Hyperoniemen

aanslaan
Werkwoord
  • (van zaken) succes oogsten
"een nieuwe outfit slaat aan"
"een campagne slaat aan"

Hyperoniemen

Hyponiemen

aanslaan
Werkwoord
  • voor tijdelijk gebruik gereedmaken
"een zeil aanslaan"
"een vat bier aanslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aanslaan
Werkwoord
  • op gang kunnen komen
"de koude motor wilde maar niet aanslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanslaan
Werkwoord
  • bezwaren met een geldelijke verplichting
"iemand hoog aanslaan"
"iemand voor de belasting aanslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanslaan
Werkwoord
  • wortels krijgen; wortel schieten
"de zonnebloemen komen prachtig op maar de sla slaat niet aan"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanslaan
Werkwoord
  • beginnen te lopen
aanslaan
Werkwoord
  • belasten, belasting heffen
aanslaan
Werkwoord
  • beslagen worden
aanslaan
Werkwoord
  • op een toets slaan
aanslaan
Werkwoord
  • ''(van een kogel)''de grond raken
aanslaan
Werkwoord
  • waarderen
aanslaan
Werkwoord
  • waarschuwend blaffen
aanslaan
Werkwoord
  • ten verkoop bieden
aanslaan
Werkwoord
  • aanplakken
aanslaan
Werkwoord
  • in beslag nemen
aanslaan
Werkwoord
  • op militaire wijze groeten
aanslaan
Werkwoord
  • even tegen iets slaan
aanslaan
Werkwoord
  • wortel schieten