Betekenis van:
aangroeien

aangroeien
Werkwoord
  • als onderdeel uit iets groeien
"aangroeien aan [het lichaam]"
"bladeren groeien aan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aangroeien
Werkwoord
  • zich vermeerderen
aangroeien
Werkwoord
  • toenemen.

Voorbeeldzinnen

  1. Het in artikel 1 bedoelde plan van herstelmaatregelen heeft ten doel de volwassen populaties van het noordelijke heekbestand te laten aangroeien tot ten minste 140000 ton.