Betekenis van:
treffen

treffen
Werkwoord
  • bij elkaar komen
"Wij troffen elkaar in het restaurant."
treffen
Werkwoord
  • goed uitkomen
"Dat treft!"
treffen
Werkwoord
  • iemand onverwacht tegenkomen; tegenkomen; treffen; toevallig tegenkomen
"toevallig je buurman treffen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

treffen
Werkwoord
  • als onderwerp hebben
"hem/haar/mij treft geen blaam"
"haar/hem/mij treft geen schuld"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

treffen
Werkwoord
  • ontroeren; ontroeren
"iemand diep treffen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

treffen
Werkwoord
  • raak schieten
treffen (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • samenkomst, al dan niet toevallig; ontmoeting
"Bij het zakelijk treffen werden verschillende deals gesloten."

Synoniemen

Hyperoniemen

treffen (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vijandelijke ontmoeting
"tot een treffen komen"
"een gewelddadig/bloedig/gewapend treffen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord