Betekenis van:
bewegen

bewegen
Werkwoord
  • omgang hebben met
"zich in bepaalde kringen bewegen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

bewegen
Werkwoord
  • van plaats veranderen, niet stilstaan
"Om te kunnen bewegen hebben veel dieren een uitgebreid zenuw- en spierstelsel."
bewegen
Werkwoord
  • in beweging brengen
"Dat werd bewogen door de wind."
bewegen
Werkwoord
  • ''zich ~'' actie ondernemen om een beweging te maken
"Na zijn ongeval kon hij zich niet meer zo goed bewegen."
bewegen
Werkwoord
  • als onderwerp hebben
"zich bewegen in"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bewegen
Werkwoord
  • mechanisch doen bewegen; mechanisch doen veranderen
"een mechanisme bewegen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bewegen
Werkwoord
  • (iem.) ertoe bewegen iets te doen of te laten
"iemand (ertoe) bewegen [(om) zijn huishoudelijke taken serieus te nemen]"
"iemand tot heldhaftige daden bewegen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord