Betekenis van:
praten

praten
Werkwoord
  • met woorden in een toestand brengen
"iemand naar de mond praten"
"daarover valt te praten (met iemand)"

Hyperoniemen

praten
Werkwoord
  • zich met behulp van de stem uiten
"Hij bleef maar praten over het uitje naar Terschelling."

Werkwoord