Betekenis van:
dweilen

dweilen
Werkwoord
  • ijsbaan vegen
"de baan dweilen"

Hyperoniemen

dweilen
Werkwoord
  • met een dweil schoonmaken
"de vloer dweilen"
"dat is dweilen met de kraan open"

Hyperoniemen

dweilen
Werkwoord
  • aan de zwier zijn; inspannend lopen; in een sliert gaan; op stap gaan

Synoniemen

Hyperoniemen

dweil (de ~ | meervoud dweilen)
Zelfstandig naamwoord
  • dikke doek waarmee vocht, vuil van de vloer wordt opgenomen
"eruit zien als een dweil"

Hyperoniemen

dweil (de ~ | meervoud dweilen)
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die geregeld teveel alcohol drinkt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

dweil (de ~ | meervoud dweilen)
Zelfstandig naamwoord
  • ordinaire vrouw; iemand waar anderen overheen lopen; hoerige vrouw; ordinaire vrouw; ordinaire vrouw; beledigende naam voor vrouw

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord