Betekenis van:
doek

doek (de ~ | meervoud doeken)
Zelfstandig naamwoord
  • stuk geweven stof voor een bepaald gebruik
"een doekje voor het bloeden"
"zo bleek/wit als een doek"

Hyperoniemen

doek
Zelfstandig naamwoord
  • een lap stof, bijvoorbeeld voor het poetsen of stof afnemen
"Pak even een doek om die rommel op te nemen."
doek
Zelfstandig naamwoord
  • of materiaal waaruit [1], [3] en [4] vervaardigd worden
"Dit kan van doek vervaardigd worden/."
doek
Zelfstandig naamwoord
  • een stuk, meestal opgespannen materiaal waarop men een beeld schildert, ofwel het schilderij zelf
"Er zijn veel manieren om verf op het doek aan te brengen."
doek
Zelfstandig naamwoord
  • een stuk materiaal dat als gordijn gebruikt wordt om een toneel aan het zicht van het publiek to onttrekken
"Het doek viel en het applaus barstte los."
doek (het ~ | meervoud doeken)
Zelfstandig naamwoord
  • geschilderd kunstwerk; schilderstuk
"olieverf op doek"
"een fraai doekje"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

doek (het ~ | meervoud doeken)
Zelfstandig naamwoord
  • scherm om beelden op te projecteren; scherm of gordijn; scherm waar beelden op geprojecteerd kunnen worden
"(een ster van) het witte doek"
"het doek valt voor [hem]"

Synoniemen

Hyperoniemen

doek
Zelfstandig naamwoord
  • in theater, voor het podium; het gordijn dat voor een podium hangt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ze zag zo bleek als een doek.
  2. Beschilderd doek.
  3. Na opnieuw drogen wordt het oppervlak met een droge katoenen doek schoongeveegd.
  4. Weefsels, anderszins geïmpregneerd, bekleed of bedekt; beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio’s of voor dergelijk gebruik
  5. Daarna worden de monsters zorgvuldig gespoeld met gedestilleerd water dat niet meer dan 0,2 % verontreinigingen bevat bij 23 °C ± 5 °C en vervolgens met een zachte doek afgedroogd.
  6. beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik (post 5907), andere dan die bedoeld bij post 9706;
  7. Daarna worden de monsters zorgvuldig gespoeld met gedestilleerd water dat niet meer dan 0,2 % verontreinigingen bevat bij 23 ± 5 °C en vervolgens met een zacht doek afgedroogd.
  8. Weefsels, anderszins geïmpregneerd of bekleed; beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik, andere dan van categorie ex100
  9. Weefsels, anderszins geïmpregneerd of bekleed; beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik, andere dan dat bedoeld in categorie ex 100
  10. De LSC moet worden gemeten volgens de in punt 3.2 van bijlage 4 beschreven methode na de buitenkant van de voorziening met een katoenen doek te hebben gedroogd.
  11. Na afloop van de stofblootstellingstest wordt de buitenkant van de voorziening met een katoenen doek schoongemaakt en gedroogd en wordt de LSC gemeten volgens de in punt 3.2 van bijlage 4 beschreven methode.
  12. Zodra de temperatuur van het testmonster op de omgevingstemperatuur is gestabiliseerd, worden de lens die als testmonster dient en, indien aanwezig, de buitenlens met een schoon en vochtig katoenen doek gereinigd.
  13. De buitenkant van de retroflecterende voorziening en met name van het lichtdoorlatende gedeelte wordt zacht ingewreven met een katoenen doek die in een mengsel van 70 vol % n-heptaan en 30 vol % toluol is gedrenkt.
  14. doek (met inbegrip van band zonder einde), rasters en netten van koperdraad waarvan de doorsnede nooit meer dan 6 mm bedraagt; plaatgaas verkregen door het uitrekken van plaat- of bandkoper
  15. Daarna wordt met een katoenen doek die met een mengsel van 70 % n-heptaan en 30 % tolueen (vol. %) is doordrenkt, één minuut lang zachtjes gewreven over de buitenkant van deze drie monsters. Vervolgens worden de monsters in de openlucht gedroogd.