Betekenis van:
katoen

katoen (de/het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • uit katoendraden geweven stof
"geef hem van katoen"

Hyperoniemen

katoen
Zelfstandig naamwoord
  • uit katoen gesponnen draad of garen

Hyperoniemen

katoen (de/het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • pluizig zaad v.d. katoenplant

Hyperoniemen

Hyponiemen

katoen
Zelfstandig naamwoord
  • een zachte vezel die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant groeit
katoen
Zelfstandig naamwoord
  • plant die de katoen levert

Synoniemen

Hyperoniemen