Betekenis van:
plant

plant (de ~ | meervoud planten)
Zelfstandig naamwoord
  • elk van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
"inheemse/uitheemse planten"
"een teer plantje"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plant
Zelfstandig naamwoord
  • een organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft
plant
Zelfstandig naamwoord
  • een van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik wil een plant aan mama geven.
  2. Ik wil een plant aan mama geven.
  3. Plant
  4. Plant- en dierkunde
  5. Zaai-, plant- of pootmachines
  6. Zaai-, plant- en pootmachines
  7. ziekten bij dier of plant;
  8. Wetenschappelijke naam van de plant
  9. OJSC Nizhnedneprovsky Tube Rolling Plant (NTRP), Dnjepropetrovsk
  10. Directeur, Hsinmin Cement Plant Construction Project
  11. CPA 28.30.33: Zaai-, plant- en pootmachines
  12. CJSC Nikopolsky seamless tubes plant Nikotube, Nikopol
  13. Interpipe Group (OJSC Interpipe Novomoskovsk Pipe Production Plant en OJSC Interpipe Nizhnedneprovsk Tube Rolling Plant): 10,7 %.
  14. OJSC Nizhnedneprovsky Tube Rolling Plant (NTRP), Dnipropetrovsk, en CJSC Nikopolsky seamless tubes plant „Nikotube”, Nikopol
  15. CJSC Nikopolsky Seamless Tubes Plant Niko Tube en OJSC Nizhnedneprovsky Tube Rolling Plant