Betekenis van:
planten

planten
Werkwoord
  • neerzetten; in de bodem zetten
"een piano midden in zijn kamer planten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

planten
Werkwoord
  • verbouwen; in de grond steken
"een boom in zijn tuin planten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

planten
Werkwoord
  • (een plant) in de aarde zetten om te laten groeien of bloeien
planten
Werkwoord
  • rechtop op de genoemde plaats doen zitten, rusten, staan

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

planten
Zelfstandig naamwoord
  • een taxonomische groep waarvan de meeste leden uit cellulose bestaande celwanden hebben en aan fotosynthese doen
plant (de ~ | meervoud planten)
Zelfstandig naamwoord
  • elk van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt
"inheemse/uitheemse planten"
"een teer plantje"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Planten groeien snel na regen.
  2. Water is onmisbaar voor planten.
  3. Waarom zouden sommige planten eenjarig zijn en andere meerjarig?
  4. In maart is de grond nog te koud om iets in de tuin te planten.
  5. PLANTEN
  6. Planten
  7. Gedroogde planten
  8. vatbare planten:
  9. Inzake planten
  10. LAGERE PLANTEN
  11. Vaste planten
  12. Betrokken planten
  13. Gedroogde planten — bv. herbariumspecimens
  14. Planten voor specifieke toepassingen
  15. Zaden van andere planten: