Betekenis van:
verzinken

verzinken
Werkwoord
  • in een bepaalde gemoedsgesteldheid raken
"in gedachten verzinken"
"in diep gepeins verzinken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

verzinken
Werkwoord
  • dieper dan de oppervlakte brengen
"schroeven [in het hout] verzinken"

Hyperoniemen

verzinken
Werkwoord
  • verdwijnen door in iets weg te zinken
"Het gekapseisde schip verzonk in de woedende zee."
verzinken
Werkwoord
  • ''overdrachtelijk'' diep in gedachten zijn
"Hij was diep in gepeins verzonken."
verzinken
Werkwoord
  • iets in een materiaal doen zinken
"Je kunt deze verbinding ook verzinken in het hout."
verzinken
Werkwoord
  • zinkend verdwijnen; wegzakken
"in het moeras/mos verzinken"

Synoniemen

Hyperoniemen

verzinken
Werkwoord
  • met een laag zink overdekken

Hyperoniemen

verzinken
Werkwoord
  • iets al of niet galvanisch met een laag zink afdekken