Betekenis van:
zinken

zinken
Werkwoord
  • naar de bodem zakken; doen zinken
"het schip zinkt"
"naar de bodem zinken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

zinken
Werkwoord
  • in een vloeistof, meestal water, traag naar beneden zakken
"Het schip is nog niet gezonken, maar dat staat wel te gebeuren."
zinken
Werkwoord
  • het meest met de mens verwante vierhandige zoogdier uit de orde der primaten

Synoniemen

zinken
Bijvoeglijk naamwoord
  • van zink
"een zinken aanrecht"
zinken
Bijvoeglijk naamwoord
  • van zink vervaardigd
"De Tweede Wereldoorlog zag in Nederland de komst van zinken muntstukken."
zink (de ~ | meervoud zinken)
Zelfstandig naamwoord
  • koperen blaasinstrument

Hyperoniemen

Werkwoord