Betekenis van:
stellen

stellen
Werkwoord
  • doen staan
"Hij stelde het mechaniek in werking."
stellen
Werkwoord
  • een plaats geven aan; op bepaalde plek zetten
"een hijskraan stellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stellen
Werkwoord
  • beweren, verklaren
"In zijn betoog stelde de advocaat dat de verdachte onschuldig was."
stellen
Werkwoord
  • de sterkte van een oplossing middels titratie nader bepalen
"De loogoplossing werd op kaliumwaterstofftalaat gesteld."
stellen
Werkwoord
  • ''zich ~'' zich beschikbaar maken
"Hij stelde zich kandidaat voor het presidentschap."
stellen
Werkwoord
  • stellen; beweren
"stellen dat [het onderwijs steeds slechter wordt]"

Synoniemen

Hyperoniemen

stellen
Werkwoord
  • op schrift zetten
"je mening in een brief stellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stellen
Werkwoord
  • van apparaten; instrument etc. afstellen; goed instellen
"een instrument stellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stel (het ~ | meervoud stellen)
Zelfstandig naamwoord
  • geheel van bij elkaar behorende zaken
"een stel [boeken/kinderen/auto's]"
"het hele stel gaat vanavond naar de bioscoop"

Synoniemen

Hyperoniemen

stel (het ~ | meervoud stellen)
Zelfstandig naamwoord
  • hoeveelheid die uit afzonderlijke, telbare eenheden bestaat
"een stel [ondergoed]"
"een stel vormen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord