Betekenis van:
parkeren

parkeren
Werkwoord
  • van voertuigen; parkeren
"een auto voor/naast/achter het huis parkeren"
"een bus twee straten verderop parkeren"

Synoniemen

Hyperoniemen

parkeren
Werkwoord
  • (een voertuig) tijdelijk ergens laten staan

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Vertel me alstublieft waar ik mijn wagen moet parkeren.
  2. Veilig parkeren voor laden/lossen.
  3. Wegrijden: na parkeren, na een stop in het verkeer, na verlaten van een oprit;
  4. Opleggers moeten zijn uitgerust met steunpoten of andere voorzieningen die het afkoppelen en parkeren van de oplegger mogelijk maken.
  5. Parkeren om passagiers veilig in of uit de bus te laten stappen (alleen categorieën D, DE, D1, D1E).
  6. Inhoud van de nationale wetgeving: Bevat bepalingen voor veilig parkeren en toezicht, maar eist, in tegenstelling tot hoofdstuk 8.5 S1(6) van de ADR, geen permanent toezicht op bepaalde ladingen van klasse 1.
  7. Inhoud van de nationale wetgeving: bevat bepalingen voor veilig parkeren en toezicht, maar eist, in tegenstelling tot hoofdstuk 8.5 S1(6) van de ADR, geen permanent toezicht op bepaalde ladingen van klasse 1.
  8. „automatisch bediende stuurfunctie”: de functie binnen een complex elektronisch regelsysteem waarbij de bediening van de stuurinrichting het gevolg kan zijn van een automatische evaluatie van binnen het voertuig gegenereerde signalen, eventueel gecombineerd met passieve infrastructuurkenmerken, om een continue controleactie tot stand te brengen en zo de bestuurder bij het volgen van een bepaald tracé, het manoeuvreren bij lage snelheid of het parkeren te assisteren;
  9. „luchthavengelden”: een heffing die wordt geïnd ten gunste van de luchthavenbeheerder en die moet worden betaald door de luchthavengebruikers voor het gebruik van de faciliteiten en diensten die exclusief door de luchthavenbeheerder worden aangeboden en die verband houden met het landen, het opstijgen, de verlichting en het parkeren van luchtvaartuigen en de verwerking van passagiers en vracht;