Betekenis van:
instellen

instellen
Werkwoord
  • mbt. een verkoping
"instellen bij een openbare verkoop"

Hyperoniemen

instellen
Werkwoord
  • van apparaten; instrument etc. afstellen; goed instellen
"[een fototoestel] instellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

instellen
Werkwoord
  • het op juiste wijze afregelen van een toestel
"Ik heb de ontvanger ingesteld op 231,3 megahertz."
instellen
Werkwoord
  • het in het leven roepen van een organisatie
"De regering van de Nederlandse Antillen is ingesteld met het Statuut."
instellen
Werkwoord
  • het geldig verklaren van een regeling
"Dit verbod is vorige maand ingesteld."
instellen
Werkwoord
  • voorbereid zijn op iets
"Daar was ik helemaal niet op ingesteld."