Betekenis van:
klaarmaken

klaarmaken
Zelfstandig naamwoord
  • bereiden
"'een lunch'/'de broodjes'/'het vlees'/'de soep' klaarmaken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

klaarmaken
Werkwoord
  • voorbereiden
"alles klaarmaken voor een tocht"
"de tanker werd in de takels gehangen en klaargemaakt voor het vervoer naar Vlissingen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

klaarmaken
Werkwoord
  • voorbereiden
"Hij was de presentatie aan het klaarmaken."
klaarmaken
Werkwoord
  • uit ingrediënten klaarmaken
"Zij hadden voor ons een heerlijke maaltijd klaargemaakt."
klaarmaken
Werkwoord
  • iemand bevredigen en tot een orgasme brengen
"Tijdens het minnespel had hij haar oraal klaargemaakt."
klaarmaken
Werkwoord
  • zich voorbereiden
"zich klaarmaken voor een belangrijke confrontatie"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

klaarmaken
Werkwoord
  • tot een orgasme brengen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen