Betekenis van:
opmaken

opmaken
Werkwoord
  • make-up aanbrengen op
"je zwaar opmaken"
"het haar/gezicht opmaken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

opmaken
Werkwoord
  • iets verbruiken tot het op is
"De kinderen maakten al het snoep op voordat moeder thuis zou komen."
opmaken
Werkwoord
  • iets concluderen
"Uit wat de verdachte zei, kon de politie niets opmaken."
opmaken
Werkwoord
  • make-up aanbrengen
"De meisjes maken zich voor de spiegel op."
opmaken
Werkwoord
  • een tekstdocument opstellen of vormgeven
"De vormgevers van de krant maken de gekozen artikelen op."
opmaken
Werkwoord
  • iets klaarmaken
"Zijn moeder was zijn bed nog aan het opmaken."
opmaken
Werkwoord
  • zich voorbereiden
"zich opmaken voor een feest"
"zich opmaken om te vertrekken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

opmaken
Werkwoord
  • op schrift zetten

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

opmaak (de ~ | meervoud opmaken)
Zelfstandig naamwoord
  • het zich kleden en opmaken
"de opmaak en de realisatie van het plan"

Synoniemen

Hyperoniemen

opmaak (de ~ | meervoud opmaken)
Zelfstandig naamwoord
  • verdeling van tekst en beelden; opmaak v.e. te drukken tekst
"de opmaak van de voorpagina van een krant"

Synoniemen

Hyperoniemen