Betekenis van:
stijl
stijl (de ~ | meervoud stijlen)
Zelfstandig naamwoord
- het brengen, ontwerpen in een bepaalde vorm
"een heldere stijl"
"de stijl van Picasso"
Synoniemen
Hyperoniemen
stijl
Zelfstandig naamwoord
- buisvormige, middelste gedeelte van de stamper
"De bijen kruipen langs de stijl van de stamper naar de nectar"
Hyperoniemen
stijl
Zelfstandig naamwoord
- wijze waarop men iets doet
stijl
Zelfstandig naamwoord
- post, spijl
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- B-stijl
- Een stijl omvat een titel en een unieke identifier.
- „A-stijl”: de voorste en buitenste daksteun, van het chassis tot aan het dak van het voertuig;
- S De lichtdoorlatendheidsfactor bedraagt ten minste 60 %; bovendien is de blinde hoek van de A-stijl niet meer dan 10o.
- Alle samenstellende delen van een ski-ensemble dienen gemaakt te zijn van een stof met dezelfde textuur, stijl en samenstelling, al dan niet van dezelfde kleur; zij dienen eveneens van gelijke of verenigbare maat te zijn.
- De aangevoerde argumenten waren gebaseerd op de veronderstelling dat vooral stijl, ontwerp, verkoopkanalen en klantenservice, zoals bedoeld in de overwegingen 30 en 31 van de voorlopige verordening, kinderschoeisel duidelijk onderscheidde van andere soorten schoeisel die onder het lopende onderzoek vallen.