Betekenis van:
stijl

stijl (de ~ | meervoud stijlen)
Zelfstandig naamwoord
  • het brengen, ontwerpen in een bepaalde vorm
"een heldere stijl"
"de stijl van Picasso"

Synoniemen

Hyperoniemen

stijl
Zelfstandig naamwoord
  • kenmerkende vormen van een bepaalde school of richting of voor een bepaald kunstenaar of tijdperk
"De verschillende stijlen en stromingen in de beeldende kunst"

Hyperoniemen

Hyponiemen

stijl
Zelfstandig naamwoord
  • zijkant van ramen of deuren; stijl v.e. raam of deur
"Bij het verhuizen zijn de stijlen van de ramen en deuren flink beschadigd"
"Het is leuker om de stijlen een andere kleur te geven dan de deur"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stijl
Zelfstandig naamwoord
  • buisvormige, middelste gedeelte van de stamper
"De bijen kruipen langs de stijl van de stamper naar de nectar"

Hyperoniemen

stijl
Zelfstandig naamwoord
  • verticale staaf die deel uitmaakt van een hek, een traliewerk, een balustrade; verticale staaf in hek- of traliewerk
"Het kind stak zijn hoofd tussen de stijlen van de trap"

Synoniemen

Hyperoniemen

stijl
Zelfstandig naamwoord
  • goed stijl; kwaliteit
"De manier waarop hij zich kleedt en praat heeft stijl"

Synoniemen

Hyperoniemen

stijl
Zelfstandig naamwoord
  • wijze waarop men iets doet
stijl
Zelfstandig naamwoord
  • post, spijl

Werkwoord