Betekenis van:
balk

balk (de ~ | meervoud balken)
Zelfstandig naamwoord
  • bint; spant
"wel de splinter in het oog van ander maar niet de balk in je eigen oog zien"
"geld over de balk gooien"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

balk (de ~ | meervoud balken)
Zelfstandig naamwoord
  • band; verkeersaanwijzing op het wegdek
"er lopen balken door het beeld van de televisie"
"een balk in zijn wapen voeren"

Synoniemen

Hyperoniemen

balk
Zelfstandig naamwoord
  • ''(geometrie)'' een veelvlak met 6 rechthoekige zijvlakken, 8 hoekpunten en 12 ribben
"Probeer nog eens een balk te construeren."
balk
Zelfstandig naamwoord
  • een ruimteoverspannend constructie-element waarvan de lengte vele malen groter is dan de breedte en de hoogte in doorsnede
"Een balk is vaak gemaakt van hout of staal."
balk
Zelfstandig naamwoord
  • staafje waarop het bovenblad van een viool en dergelijke instrumenten steunt

Hyperoniemen

balk (de ~ | meervoud balken)
Zelfstandig naamwoord
  • onderscheidingsteken

Hyperoniemen

balk (de ~ | meervoud balken)
Zelfstandig naamwoord
  • lijnen voor noteren van muziek; notenbalk

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord