Betekenis van:
streep

streep (de ~ | meervoud strepen)
Zelfstandig naamwoord
  • smalle strook
"Het vliegtuig liet witte strepen achter in de lucht."
"Donker haar met blonde strepen."

Hyperoniemen

Hyponiemen

streep
Zelfstandig naamwoord
  • een min of meer rechte getrokken lijn of lijnstuk
"Als het fout is, zet de leraar er een dikke streep door."
streep
Zelfstandig naamwoord
  • een begrenzing die niet overtreden dient te worden
"We zetten er een streep onder."
streep (de ~ | meervoud strepen)
Zelfstandig naamwoord
  • rangaanduiding op een uniform
"op zijn strepen staan"
"een streepje voor hebben (bij iemand)"

Synoniemen

Hyperoniemen

streep (de ~ | meervoud strepen)
Zelfstandig naamwoord
  • band; verkeersaanwijzing op het wegdek
"Een doorgetrokken streep."
"Een gele streep"

Synoniemen

Hyperoniemen

streep (de ~ | meervoud strepen)
Zelfstandig naamwoord
  • getrokken lijn
"iemand over de streep halen/trekken"
"een streep door iets halen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

streep (de ~ | meervoud strepen)
Zelfstandig naamwoord
  • lijn in het haar; scheiding in het haar

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord