Betekenis van:
toilet

toilet (het ~ | meervoud toiletten)
Zelfstandig naamwoord
  • ruimte waar men zijn behoefte kan doen
"een kamer met badkamer en toilet"
"naar het toilet (gaan/moeten)"

Synoniemen

Hyperoniemen

toilet (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het zich kleden en opmaken
"(zijn) toilet maken"
"haar toilet duurt nog wel eventjes, riep Kennedy over z'n vrouw Jacky"

Synoniemen

Hyperoniemen

toilet
Zelfstandig naamwoord
  • een plaats waar men zich kan ontlasten
"Weet u waar de toiletten zich bevinden?"
toilet (het ~ | meervoud toiletten)
Zelfstandig naamwoord
  • japon; avondkleding of -jurk
"een fraai/verzorgd/licht toilet"

Synoniemen

Hyperoniemen

toilet
Zelfstandig naamwoord
  • trechtervormige stenen bak waarin de faecaliën worden opgevangen

Synoniemen

Hyperoniemen