Betekenis van:
doos
doos
Zelfstandig naamwoord
- een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
doos
Zelfstandig naamwoord
- een vagina
doos
Zelfstandig naamwoord
- een vrouw
Voorbeeldzinnen
- Ik heb de doos leeg gevonden.
- Ik kan dingen in een doos steken.
- Wat zit er in de doos?
- Deze doos is twee keer zo groot als die daar.
- Hij nam de zware doos van de plank.
- Deze doos is niet zo groot als die.
- Die doos is te klein om al deze dingen te houden.
- Als je goed kijkt dan zie je dat de doos een valse bodem heeft.
- Doos, opengewerkt
- Doos, aluminium
- Doos (case)
- Doos, isothermisch
- Doos, triplex
- Doos van staal SS Doos, aluminium 4B
- Doos (case) CS Doos van kunsthout 4F