Betekenis van:
kamer

kamer (de ~ | meervoud kamers)
Zelfstandig naamwoord
  • holte in een orgaan
"de linker/rechter kamer[van het hart]"

Hyperoniemen

kamer (de ~ | meervoud kamers)
Zelfstandig naamwoord
  • bestuurders; groep van mensen met bepaalde functie
"Kamer van Koophandel"
"de enkelvoudige kamer"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kamer
Zelfstandig naamwoord
  • een van de rest door muren afgescheiden deel van een huis met een eigen functie
kamer
Zelfstandig naamwoord
  • een caviteit in bepaalde organen zoals het hart
kamer
Zelfstandig naamwoord
  • plaats in een vuurwapen waar zich de lading bevindt

Synoniemen

Hyperoniemen