Betekenis van:
vertrek

vertrek (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het weggaan
"het vertrek uitstellen"
"zijn vertrek uit/naar [Brussel]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vertrek (het ~ | meervoud vertrekken)
Zelfstandig naamwoord
  • ruimte
"een ruim/somber/eenvoudig vertrek"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vertrek
Zelfstandig naamwoord
  • een afgesloten deel van een woning
"Hij verliet het vertrek en begaf zich naar het balkon."
vertrek
Zelfstandig naamwoord
  • de actie van het vertrekken of weggaan
"Zijn vertrek kwam nogal onaangekondigd."

Werkwoord